Leiderschap in tijden van crisis

In deze rubriek reflecteren twee theologen uit het dopers tiental op een actuele kwestie.

In tijden van crisis en onzekerheid is het verleidelijk om te denken: kan er nu iemand het voortouw nemen? Kan er iemand met visie opstaan om de leiding te nemen? Maar de vroeg-doperse Confessie van Schleitheim beschrijft een heel andere vorm van leiderschap in tijden van crisis. Marius van Hoogstraten en Fulco van Hulst bespreken de vraag: wat heeft die eeuwenoude tekst ons te zeggen over leiderschap in onze tijd?

Het is 1527 en de doperse beweging zit in zak en as. De Duitse Boerenoorlog is net voorbij, vervolging van de wederdopers komt op gang. Hoe geef je in zulke sombere tijden op een goede manier leiding aan een gemeenschap? Over die vraag – en nog zes andere kwesties – schrijft een groep vroege dopers onder leiding van Michael Sattler hun ideeën op in de vorm van zeven artikelen. Sattler was voormalig prior van een benedictijnenklooster en had dus ervaring met het vormen van een gemeenschap.

Marius van Hoogstraten is docent aan het Doopsgezind Seminarium, filosoof en voorganger in de Doopsgezinde Gemeente Frankfurt am Main. Hij raakte zo gefascineerd door de zeven artikelen van Schleitheim dat hij een boek schreef over de betekenis ervan voor onze huidige tijd. Ook Fulco van Hulst, geestelijk verzorger in het Frisius Medisch Centrum in Leeuwarden, kent de Confessie goed uit de tijd dat hij lesgaf aan het seminarie. “Die zestiende-eeuwse artikelen zijn zeker de moeite waard om met elkaar te bestuderen en te bespreken. Het boek van Marius is een cadeautje voor de broederschap, zowel in Nederland als internationaal.”

Zorg voor het geheel
“Die vroege dopers zullen hun tijd – net als wij nu – hebben ervaren als een tijd van chaos, waarin zekerheden verdwijnen”, denkt Van Hoogstraten. “Maar zij schrijven niet: zoek een sterke leider, iemand die slim of charismatisch is. Ze bieden juist tegenwicht aan die neiging. Zij zeggen: wat we nodig hebben, is iemand die zorgdraagt voor het geheel (zie kader). Een leider is niet degene die de beslissingen neemt en de problemen oplost, maar iemand die het mogelijk maakt dat de leden van een gemeenschap dat samen doen.”

Van Hulst vindt dat een mooie invulling van leiderschap. “Het type leider dat Schleitheim voorstaat, is niet iemand die voor de troepen uitgaat, maar eerder iemand die als een bezemwagen achter de troepen aangaat. De waarschuwing die daarvan uitgaat voor de maatschappij lijkt me heel terecht. Kijk maar naar wat er in de Verenigde Staten gebeurt. We hebben in de geschiedenis al vaker gezien hoe het kan ontsporen als mensen in onzekere tijden verlangen naar leiders. Je krijgt meteen een soort generaal op een paard, in plaats van een messias op een ezeltje.”

Als mensen in onzekere tijden verlangen naar een leider, krijg je al gauw een soort generaal op een paard, in plaats van een messias op een ezeltje

Leiderschap anno nu
Beide leden van het dopers tiental zien volop relevantie van de oude tekst voor onze hedendaagse maatschappij. Van Hulst: “Ik zou het hoofdstuk over leiderschap uit Marius’ boek graag willen aanbieden aan bijna-premier Rob Jetten, daar gaat het land vast wat aan hebben. Misschien lijkt het leiderschap á la Schleitheim wel een beetje op de manier waarop Extinction Rebellion is georganiseerd: zij hebben niet echt een leider als boegbeeld. De beweging en de boodschap zijn belangrijker dan de figuur van de leider.”

Van Hoogstraten: “In onze cultuur zijn we er erg aan gewend geraakt om consument te zijn. Ik hoor mensen van mijn leeftijd weleens zeggen: ‘Ik ga naar die en die kerk, want daar hoef ik niks te doen.’ Alles is geregeld: de muziek, de koffie, de kinderopvang. Zo’n opvatting komt niet voort uit de doperse manier van kerk zijn, want dan vervul je de taken samen. En ja, natuurlijk is dat lastig voor een gemeente die niet meer de capaciteiten heeft om alles zelf te doen. De tendens is om dan snel op betaalde krachten over te gaan, terwijl dat niet per se is wat onze traditie ons aanreikt. Vanuit de traditie zou ik eerder zeggen: ‘laten we minder doen’ in plaats van ‘we laten het de pastor doen en die krijgt ervoor betaald’.”

Moreel leiderschap
Er is één ding dat Van Hulst mist in het vijfde Schleitheim-artikel over leiderschap en dat is moreel leiderschap. Dat blijft onbenoemd. “Moreel leiderschap vind ik heel wezenlijk bij een leidersfiguur. Een leider moet toch bij uitstek het principe ‘daden gaan woorden te boven’ uitdragen? We hebben inspirerende figuren nodig, mensen die laten zien dat het ook anders kan. Moed en durf tonen, voorbij grenzen gaan die niemand nog over is gegaan. Die tekstschrijvers in Schleitheim zullen toch ook moreel leiderschap verwacht hebben van hun pastor?”

Een leider is iemand die ervoor zorgt dat je er samen op inhoud wel uitkomt

”Ook Van Hoogstraten vindt het opvallend dat moreel leiderschap ontbreekt in het vijfde Schleitheim-artikel. “Dat is superinteressant hè? De oude dopers hadden heus duidelijke ideeën over wat goed en fout is. En toch zeggen ze: een pastor is geen ethicus, maar iemand die zorgdraagt voor de partijen en die ervoor zorgt dat je er samen op de inhoud wel uitkomt. Moreel leiderschap was dan misschien niet de exclusieve taak van een pastor, maar het kan desondanks wel aanwezig zijn. Misschien wordt het morele bewustzijn binnen een gemeenschap juist wel groter als een pastor niet zelf de ethische instantie is, maar degene die het op gang brengt en er plaats voor maakt.”


De verschillende taken van een pastor volgens de Confessie van Schleitheim:
1. Liturgische taken, zoals voorlezen uit de Bijbel, het gebed beginnen en beginnen met het breken van het brood.
2. Preken en onderwijzen.
3. Het nemen van disciplinaire maatregelen.
4. Geestelijke verzorging (letterlijk staat er: ‘In allen dingen des Leibs Christi acht haben’).


Marius van Hoogstraten – Community and Catastrophe. An Ecclesio-Political Reading of the Schleitheim Confession. Bloomsbury, Londen, 2025.

Tekst: Marleen Kieft
Beeld: Susan de Loor (beeldmerk)/Anabaptiststories.com (kopfoto)